Zoneringsvraagstuk bij de bepaling van milieukundige effecten van verkeer
1. Inleiding
Verkeer heeft
naast de bereikbaarheidsaspecten ook effecten op het milieu. Met behulp van
verkeersmodellen worden de verkeersintensiteiten op het wegennet berekend. De berekende
verkeersintensiteiten vormen de basis voor het berekenen van de milieukundige
effecten. Hierbij wordt de verkeersintensiteit omgerekend naar een afstand
waarbinnen er sprake is van bijvoorbeeld geluidshinder of luchtvervuiling. In
feite wordt hiermee als het ware een zone gelegd om het wegennetwerk waarbinnen
sprake is van een gehinderde toestand. Als je wilt weten hoe erg dat is, dan
moet je vervolgens kunnen bepalen hoeveel woningen, of mensen of natuurareaal
zich bevindt in de gehinderde zone.
Het wiskundige
probleem kent hierin twee stappen:
- Het construeren van een omhullende
polygoon die de gehinderde zone representeert per wegvak
- Het bepalen van het overlappende
oppervlak met bijvoorbeeld natuur binnen de gehinderde zone per wegvak
Stap 1)
Construeren van de gehinderde zone via de berekende gehinderde afstand.
Invoer:
- Een verzameling wegvakken, met per
wegvak de volgende informatie:
- De ligging van het wegvak in de vorm
van een verzameling x,y coördinaten. Door de coördinaten te verbinden wordt
de ligging van het wegvak bepaald als een verzameling lijnstukken..
- De breedte van de gehinderde zone
aan de linker- en aan de rechterzijde (vanwege bijvoorbeeld
geluidswerende voorzieningen kan de breedte links en rechts verschillend
zijn).
Gewenst
resultaat:
- Per wegvak de gehinderde zone in de
vorm van een verzameling x,y punten. Door de punten te verbinden krijg je
een (gesloten) polygoon. Zowel aan de linker als de rechterzijde van de
weg is een polygoon vereist.
- De gehinderde zone wordt begrensd
door de weg, door de zone van het voorgaande en het volgende wegvak en
door de opgegeven breedte.
- De gehinderde zone mag niet
overlappen met een andere zone.
Mogelijke
aanpakken:
- Gebruik een verzameling cirkels met
de breedte van de gezochte zone en verplaats het middelpunt van de cirkels
langs de lijnstukken tot het laatste punt van het wegvak. Bepaal
vervolgens de omhullende van alle cirkels, met inachtneming van
bovenstaande bepaling ten aanzien van het gewenst resultaat.
- Trek de parallelle lijn op de gewenste
breedte en bepaal aan de hand van de lijnstukken de juiste omhullende. Een
illustratief voorbeeld is gegeven in de bijgevoegde figuur 1. Duidelijk is
in de figuur dat de basis wordt gevormd door het trekken van parallelle
lijnen op de afstand links en rechts AL,i en AR,i.
Echter doordat de wegvakken vaak een knik vertonen is het nodig om te
bedenken hoe meest representatieve vorm er dan uit gaat zien. Zo is
duidelijk dat aan de rechterzijde er stukken afgeknipt moeten worden,
zodanig dat er geen overlap ontstaat tussen twee opeenvolgende wegvakken.
Aan de linkerzijde moeten er stukken toegevoegd worden, omdat anders gaten
ontstaan. In ieder geval zou het resultaat per wegvak een linkerzone en
een rechterzone moeten zijn. Speciale gevallen ontstaan op kruispunten,
hier moet dan rekening gehouden worden met meerdere wegvakken.

Figuur 1 Illustratief voorbeeld
zonering
Het doel is van
stap 1) is om een algoritme te ontwikkelen dat de gehinderde zone bepaalt.

Een bijkomend probleem is hoe je
overlap elimineert met de niet aangrenzende wegvakken. Dit speelt bij grote
afstanden en scherpe bochten en kan zich uitstrekken over meerdere wegvakken.
Step 2) Bepalen
van het oppervlak
Als je van een
wegvak hebt bepaald wat de gehinderde zone is (als polygoon met een verzameling
coördinaten), dan wil je in de volgende stap de overlap bepalen met
bijvoorbeeld het natuurareaal (zijnde een verzameling polygonen met vrij veel
coördinaten). Hierbij moet per wegvak
voor de linker en de rechter zone het areaal van de overlap worden bepaald.
In principe kun
je de benodigde informatie voor het maken van de overlay exporteren vanuit het
verkeersmodel naar een geografisch informatie systeem (GIS) en daarin de
overlap bepalen. Echter vanwege het dynamische en interactieve karakter van de
berekening zou je eigenlijk een “overlap” algoritme in willen bouwen in het
verkeersmodel zelf..
Invoer:
- Polygoon die de gehinderde zone
representeert
- Polygoon die het areaal van een
bepaald relevant type representeert
Uitvoer:
- Polygoon met het overlappende areaal
dat zowel in de gehinderde zone als in de tweede polygoon voorkomt.
Het doel is van
stap 2) is om een overlap algoritme te ontwikkelen dat de overlap van de
gehinderde zone met een andere polygoon bepaalt. Het algoritme moet eenvoudig
in te bouwen zijn in het verkeersmodel.